De Nederlandse woningmarkt zit al jaren muurvast. Starters kunnen moeilijk een woning vinden, gezinnen wonen te krap en tegelijkertijd wonen veel mensen juist ruimer dan nodig. Vooral ouderen blijven vaak in een relatief grote eengezinswoning wonen, terwijl zij best zouden willen doorstromen naar iets kleiners. Een term die dan vaak langskomt, is de doorstroomhypotheek. Dat klinkt alsof er een speciaal hypotheekproduct bestaat voor mensen die willen doorstromen, maar zo simpel is het niet.
In dit artikel leggen we uit:
→ wat een doorstroomhypotheek wél en níet is;
→ waarom doorstromers vaak vastlopen;
→ hoe overwaarde, een overbruggingshypotheek en het meenemen van je oude rente werken;
→ en waarom een verhuizing op papier haalbaar lijkt, maar in de praktijk toch spaak kan lopen.
Wat is doorstroming op de woningmarkt?
Doorstroming betekent dat mensen verhuizen naar een woning die beter past bij hun levensfase. Denk aan ouderen die kleiner willen wonen, gezinnen die juist groter willen wonen en starters die een bestaande woning overnemen. In een gezonde woningmarkt ontstaan zo verhuisketens: een oudere verkoopt een eengezinswoning, een gezin koopt die woning en verkoopt op hun beurt een kleiner appartement, waardoor een starter weer een kans krijgt.
Wanneer die doorstroming stokt, ontstaat er een kettingreactie in omgekeerde richting: woningen komen niet vrij, starters blijven zoeken en gezinnen zitten klem. Finauta ziet dit dagelijks in de praktijk: niet omdat mensen niet wíllen verhuizen, maar omdat ze financieel vastlopen.
Wat is een doorstroomhypotheek in 2026?
Een doorstroomhypotheek is op dit moment geen officiële hypotheekvorm die je als los product bij een bank afsluit. Het is eerder een verzamelnaam voor oplossingen die bedoeld zijn om de overgang van de ene koopwoning naar de andere financieel mogelijk te maken.
Bij doorstromen krijg je bijna altijd te maken met meerdere vragen tegelijk:
- verkoop je eerst je huidige woning of koop je eerst een nieuwe?
- kun je de overwaarde al gebruiken voordat je oude woning is geleverd?
- kun je je bestaande hypotheek of rente meenemen?
- en kun je tijdelijke dubbele lasten wel dragen?
Met andere woorden: een doorstroomhypotheek is meestal geen “nieuw soort hypotheek”, maar een puzzel van bestaande hypotheekmogelijkheden.
→ Wil je beter begrijpen wat een rentevaste periode in de praktijk betekent voor je maandlasten en flexibiliteit? Lees dan ook meer over hoe lang je je hypotheekrente kunt vastzetten.
Waarom lopen doorstromers zo vaak vast?
Dat heeft zelden maar één oorzaak. Meestal is het een combinatie van praktische, emotionele en financiële factoren.
1. Het vermogen zit vast in stenen
Veel huiseigenaren hebben in de loop der jaren flink overwaarde opgebouwd. Zeker mensen die al lang in hun woning wonen of hun hypotheek grotendeels hebben afgelost, zijn op papier vermogend.
Alleen: dat geld staat niet op hun bankrekening. Het zit in de woning. En die overwaarde komt meestal pas vrij nadat de woning is verkocht en geleverd. Wil je eerst een nieuwe woning kopen en pas daarna je oude huis verkopen, dan kun je dus niet zomaar over dat geld beschikken. Dat is een van de grootste misverstanden bij doorstromen: veel mensen denken dat overwaarde automatisch betekent dat er ook meteen financiële ruimte is. Maar tussen vermogen op papier en geld dat je echt kunt inzetten zit vaak nog een flinke hobbel.
Daarnaast speelt een fiscaal aspect mee. De Wet Hillen, die woningeigenaren zonder hypotheek beschermde tegen het eigenwoningforfait, wordt versneld afgebouwd. Vanaf 2026 is nog maar 71,82% van de bijtelling aftrekbaar en het voordeel daalt nu met 4,8% per jaar (was 3,33%). Dit betekent dat ouderen met een kleine of geen hypotheekschuld elk jaar méér belasting betalen. Juist hier komt de ervaring van een adviseur van Finauta goed van pas.
2. Kleiner wonen is lang niet altijd goedkoper
Veel mensen gaan ervan uit dat kleiner wonen vanzelf leidt tot lagere maandlasten. In de praktijk is dat lang niet altijd zo.
Een kleiner appartement in een populaire buurt kan duurder zijn dan verwacht. Daar komen vaak ook nog VvE-bijdragen, servicekosten, verhuis- en inrichtingskosten en soms verbouwingskosten bij. Voor iemand die nu in een grotendeels afbetaalde woning woont, kan een verhuizing naar een kleiner appartement dus juist leiden tot hogere maandlasten.
Dat maakt de stap emotioneel én financieel lastiger. Zeker voor ouderen is dat vaak een belangrijk struikelblok: waarom zou je verhuizen als je wooncomfort niet duidelijk toeneemt en je lasten misschien zelfs hoger worden?
3. Banken kijken niet alleen naar overwaarde, maar ook naar inkomen
Dit is een tweede hardnekkig misverstand. Iemand kan veel overwaarde hebben en toch beperkt financieringsruimte krijgen.
Dat komt doordat een geldverstrekker niet alleen kijkt naar het vermogen in de huidige woning, maar ook naar:
- het inkomen;
- de leeftijd en levensfase;
- de structurele maandlasten;
- de betaalbaarheid van tijdelijke dubbele lasten;
- en de vraag hoe zeker de verkoop van de huidige woning is.
Vooral bij senioren speelt dat extra sterk. Zij hebben vaak veel vermogen in hun woning, maar een lager toetsinkomen dan tijdens hun werkzame leven. Daardoor kan iets dat op papier heel logisch voelt, in de praktijk toch lastig financierbaar zijn.
4. De timing van kopen en verkopen sluit zelden mooi op elkaar aan
Vrijwel niemand verkoopt zijn oude woning exact op hetzelfde moment als hij of zij een nieuwe woning koopt. Juist in die tussenfase ontstaan de meeste problemen.
Koop je eerst een nieuwe woning, dan heb je mogelijk te maken met:
- je bestaande hypotheek;
- een nieuwe hypotheek;
- én een overbruggingshypotheek.
Verkoop je juist eerst je oude woning, dan weet je precies hoeveel overwaarde je hebt, maar loop je het risico dat je tijdelijk moet huren of geen passende woning vindt.
Doorstromen is dus niet alleen een rekensom, maar ook een kwestie van timing.
5. Emotie speelt óók een grote rol
Niet alles draait om geld. Veel mensen wonen al tientallen jaren in dezelfde straat of hetzelfde huis. Daar liggen herinneringen, routines en sociale contacten. Zeker bij ouderen is de stap naar verhuizen vaak niet alleen financieel ingewikkeld, maar ook emotioneel groot.
Dat betekent niet dat zij niet willen verhuizen. Wel dat de stap meestal pas wordt gezet als de noodzaak duidelijk voelbaar wordt. Bijvoorbeeld door gezondheid, onderhoud, traplopen of veranderde gezinssituaties.
Een Rabobank-onderzoek van eind vorig jaar bevestigt dit: ouderen gaan vaak pas verhuizen als het écht niet anders kan. Gemeenten die verhuisvergoedingen aanbieden, moeten flink in de buidel tasten en zien toch beperkte resultaten.
De omvang van het probleem
Om het probleem in perspectief te plaatsen: het statistisch woningtekort in Nederland bedroeg in 2024 circa 401.000 woningen, ofwel 4,9% van de totale woningvoorraad. Voor 2025 daalde het tekort licht naar circa 396.000 woningen (4,8%), maar dat verschil is nauwelijks voelbaar voor woningzoekenden. De vergrijzing versterkt de problematiek: het Centraal Planbureau concludeert dat een koophuis voor steeds minder huishoudens bereikbaar is. Een huishouden met een doorsnee-inkomen kwam in 2024 gemiddeld meer dan €100.000 tekort om een doorsnee koopwoning te financieren. Het aantal 75-plussers groeit daarbij ook snel: van circa 1,3 miljoen nu naar verwachting 2,1 miljoen in 2030 en 2,5 miljoen in 2040.
55% van de Nederlandse gemeenten noemt de gebrekkige doorstroming van ouderen de belangrijkste oorzaak van de woningcrisis, zo bleek uit een enquête van de NOS en regionale omroepen. Volgens onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) zorgen ouderen jaarlijks wel voor het vrijkomen van circa 100.000 woningen (door overlijden of verhuizing naar een zorginstelling), maar dat is onvoldoende om de schaarste op te lossen.
Waarom ouderen relatief vaak vastlopen
De term doorstroomhypotheek wordt vaak gebruikt in de context van senioren, en dat is niet voor niets. Juist daar komt alles samen:
- veel overwaarde;
- lage of afgeloste hypotheek;
- relatief laag toetsinkomen;
- en vaak een wens om comfortabeler te wonen, niet per se kleiner in prijs.
Senioren willen bovendien lang niet altijd “klein en goedkoop” wonen. Veel mensen zoeken juist een ruime, comfortabele, toekomstbestendige woning in hun eigen buurt. Dat is begrijpelijk, maar maakt de financieringsvraag vaak complexer.
Daar komt nog bij dat iemand met een vrijwel afbetaalde woning nu vaak extreem lage maandlasten heeft. Een volgende woning kan dan wel beter passen, maar financieel toch voelen als een stap achteruit.
Hoe werkt financiering bij doorstromen?
Om goed te begrijpen waarom doorstromen lastig is, moet je weten uit welke onderdelen de financiering meestal bestaat.
1. De bestaande hypotheek
Wie al een koopwoning heeft, heeft meestal ook al een hypotheek. Die blijft in principe gewoon doorlopen totdat de woning is verkocht en de lening wordt afgelost.
Dat betekent dus ook dat die bestaande schuld nog meetelt in de tussenfase. Je kunt niet automatisch doen alsof die hypotheek “verdwijnt” op het moment dat je een nieuwe woning op het oog hebt.
2. De overwaarde
Verkoop je je woning voor meer dan de resterende hypotheekschuld, dan ontstaat overwaarde. Die overwaarde kun je gebruiken voor de aankoop van je volgende woning.
Maar: meestal komt dat geld pas beschikbaar ná de levering van de oude woning. Daarom helpt overwaarde je uiteindelijk vaak wel, maar niet altijd direct.
Daarnaast speelt de bijleenregeling een rol. Wie de overwaarde niet inzet voor de nieuwe eigen woning, kan over dat deel in veel gevallen geen hypotheekrenteaftrek krijgen. De overwaarde bepaalt dus niet alleen je financiële ruimte, maar ook de fiscale behandeling van je nieuwe hypotheek.
3. De overbruggingshypotheek
Om de periode tussen kopen en verkopen te overbruggen, bestaat de overbruggingshypotheek. Dat is een tijdelijke lening waarmee je alvast een deel van de verwachte overwaarde kunt benutten voor de aankoop van je nieuwe woning. Wil je precies weten hoe dat werkt en hoeveel je in jouw situatie kunt overbruggen? Lees dan ook meer over de overbruggingshypotheek in 2026.
Zo’n lening is meestal aflossingsvrij en loopt totdat de oude woning is verkocht. Je betaalt in die periode in principe alleen rente.
Hoeveel je precies kunt overbruggen, hangt af van de situatie. Daarbij maakt het veel uit of je oude woning:
- al definitief is verkocht;
- onder voorbehoud is verkocht;
- of nog helemaal niet is verkocht.
In de regel geldt: hoe groter de verkoopzekerheid, hoe meer ruimte er vaak is om te overbruggen. Maar exacte percentages en voorwaarden verschillen per geldverstrekker. Juist daarom rekenen veel doorstromers zichzelf te snel rijk als ze uitgaan van de maximale taxatiewaarde van hun woning.
4. Het meenemen van je oude hypotheekrente
Wie nu nog een lage hypotheekrente heeft, wil die vaak graag meenemen naar een volgende woning. Dat kan in veel gevallen ook, via een verhuisregeling van de huidige geldverstrekker.
Dat klinkt aantrekkelijk, en dat is het vaak ook. Maar ook hier geldt: het werkt niet automatisch voor de hele nieuwe financiering. Meestal kun je alleen het bestaande leningdeel meenemen tegen de oude rente. Voor het extra bedrag dat je nodig hebt voor de nieuwe woning, geldt dan de actuele hypotheekrente.
Daardoor ontstaat vaak een combinatie van leningdelen met verschillende rentes en voorwaarden. Dat is niet per se ongunstig, maar het maakt de constructie wel complexer dan veel mensen vooraf denken.
5. Toetsing op inkomen en woonlasten
Uiteindelijk wil een geldverstrekker weten of de nieuwe én tijdelijke lasten betaalbaar zijn. Daarbij kan de uitkomst flink verschillen per situatie.
Juist voor doorstromers is een maximale hypotheekberekening zelden een rechte rekensom. Waar een online tool voor starters soms nog een eerste indicatie kan geven, is de werkelijkheid voor doorstromers meestal veel complexer. De uitkomst hangt af van meerdere factoren die per situatie anders op elkaar inwerken. Denk aan:
- bestaande hypotheeklasten;
- tijdelijke dubbele lasten;
- overbrugging;
- pensioeninkomen;
- verhuisregelingen;
- en fiscale gevolgen van de overwaarde.
Daarom is een standaard online berekening voor doorstromers vaak onvoldoende. Wat op papier mogelijk lijkt, blijkt in de praktijk lang niet altijd haalbaar. Juist daarom is het verstandig om de situatie persoonlijk te laten doorrekenen door een adviseur van Finauta.

Doorstromen in de praktijk: eerst kopen of eerst verkopen?
Een van de meest gestelde vragen bij doorstromen is: moet ik eerst mijn huis verkopen of eerst een nieuw huis kopen? Beide scenario’s hebben voor- en nadelen.
Scenario 1: Eerst verkopen, dan kopen
Het grote voordeel hiervan is duidelijkheid. Je weet precies:
- wat je woning heeft opgebracht;
- hoeveel overwaarde je echt hebt;
- en hoeveel je daarna nog moet financieren.
Je hoeft meestal geen overbruggingshypotheek af te sluiten en je loopt minder risico op tijdelijk hoge dubbele lasten.
Het nadeel is ook duidelijk: je hebt na verkoop niet altijd meteen een nieuwe woning. Daardoor kun je tijdelijk moeten huren, logeren of onder tijdsdruk een nieuwe woning moeten zoeken.
Scenario 2: Eerst kopen, dan verkopen
Veel mensen vinden dit prettiger, omdat ze dan vanuit rust kunnen zoeken en niet eerst hun oude woning hoeven op te geven.
Het nadeel is dat de financiering in deze route vaak ingewikkelder wordt. Je krijgt dan te maken met tijdelijke lasten op meerdere onderdelen en de geldverstrekker kijkt kritischer naar betaalbaarheid en risico.
Daardoor ligt je feitelijke biedruimte vaak lager dan mensen vooraf verwachten.
Een veelgemaakte denkfout: maximale hypotheek + overwaarde = mijn budget
In de praktijk zie je dit vaak misgaan, vooral bij mensen die al dicht tegen hun maximale leencapaciteit aan zitten. Iemand denkt bijvoorbeeld:
- “ik kan op basis van mijn inkomen €490.000 lenen;”
- “ik heb ongeveer €200.000 overwaarde;”
- “dus ik kan richting €690.000 zoeken.”
Maar zo lineair werkt het helaas niet. Die circa €490.000 is bovendien vooral een theoretische uitkomst in een standaardsituatie, bijvoorbeeld als je een volledige looptijd van 30 jaar hebt. Neem je een bestaand leningdeel mee met een kortere resterende looptijd, dan kunnen de maandlasten hoger uitvallen en daalt de feitelijke leencapaciteit soms direct.
Zolang je oude woning nog niet is verkocht, is ook de overwaarde nog niet volledig beschikbaar. Bij een overbruggingshypotheek rekenen geldverstrekkers bij een niet-verkochte woning bovendien vaak met een veiligheidsmarge op de marktwaarde, bijvoorbeeld 5% tot 10%. Daarnaast telt de bestaande hypotheek in de tussenfase nog mee, net als eventuele tijdelijke dubbele lasten.
Dat betekent niet dat verhuizen onmogelijk is, maar wel dat de uiteindelijke leencapaciteit in de praktijk vaak lager uitvalt of anders is opgebouwd dan mensen vooraf denken.
Rekenvoorbeeld: waarom de uitkomst soms tegenvalt
| Gegeven | Bedrag |
| Bruto jaarinkomen | €100.000 |
| Geschatte overwaarde huidige woning | €200.000 |
| Huidige hypotheekschuld | €180.000 |
| Huidige hypotheekrente | 1,4% (nog 5 jaar vast) |
| Maximale hypotheek o.b.v. inkomen | circa €490.000 |
Let op: de indicatie van circa €490.000 geldt alleen in een standaardsituatie. Neem je een bestaand leningdeel mee met een kortere resterende looptijd, dan kan de maximale hypotheek lager uitvallen.
Op papier lijkt er dan veel mogelijk. Maar zolang de oude woning nog niet is verkocht, blijft de bestaande hypotheek onderdeel van de totale financiële beoordeling. Daardoor kun je in de tussenfase vaak niet de volledige nieuwe leenruimte benutten alsof de oude hypotheek al is verdwenen.
Daarnaast kun je de verwachte overwaarde niet altijd volledig vooruit inzetten. Is je huidige woning nog niet verkocht, dan rekenen geldverstrekkers vaak niet met de volledige marktwaarde, maar met een veiligheidsmarge. In de praktijk betekent dat regelmatig dat je maar een deel van de verwachte overwaarde kunt overbruggen. Zeker als je al dicht tegen je maximale leencapaciteit aan zit, kan juist die marge het verschil maken. Daardoor valt het beschikbare koopbudget vaak lager uit dan de simpele optelsom van inkomen en overwaarde doet vermoeden.En daarom zijn doorstromers zo vaak verrast na een eerste berekening: de theorie voelt ruim, maar de praktijk blijkt strenger.
Uitgebreid praktijkvoorbeeld: Ans wil kleiner wonen
Stel: Ans is 75 jaar, weduwe en woont alleen in een eengezinswoning met een waarde van €600.000. Haar hypotheek is volledig afgelost. Ze wil verhuizen naar een gelijkvloers appartement van €480.000 in haar eigen buurt.
Waarom dit vastloopt
Financieel lijkt het eenvoudig: Ans heeft €600.000 aan vermogen in haar woning en wil een woning van €480.000 kopen. Ze houdt op papier €120.000 over. Maar zolang haar woning niet verkocht is, beschikt zij niet over dat geld. Een overbruggingshypotheek van €480.000 op basis van de overwaarde is voor veel banken te risicovol, zeker gezien het feit dat Ans geen lopend arbeidsinkomen heeft maar leeft van pensioen.
De kosten van doorstromen
Zelfs als Ans de financiëring rondkrijgt, zijn er bijkomende kosten: overdrachtsbelasting (2% = €9.600), notariskosten, taxatiekosten, hypotheekadvieskosten, verhuis- en inrichtingskosten, en eventuele VvE-bijdragen die hoger zijn dan haar huidige maandlasten van €0. Met een overbruggingsrente van 5 tot 6% betaalt ze tijdelijk €2.000 tot €2.400 per maand extra, puur aan rente.
Hoe Finauta kan helpen
Een adviseur van Finauta kan in zo’n situatie helder uitleggen waarom het vastloopt en welke alternatieve routes er zijn. Denk aan het eerst te koop zetten van de woning met een ruime leveringsperiode, zodat de verkoop zekerheid biedt voor de financiering van de nieuwe woning. Of aan het benaderen van specifieke geldverstrekkers die soepeler omgaan met de overbrugging voor senioren. Finauta is van 2018 t/m 2024 (mede)eigenaar geweest van 50Plushypotheek en is 100% eigenaar van seniorenhypotheken.nl. Ervaring en kennis genoeg dus.
Doorstromen bij nieuwbouw: waarom dit extra ingewikkeld is
Bij nieuwbouw wordt de puzzel vaak nog lastiger. Dan koop je een woning die pas later wordt opgeleverd, terwijl je huidige woning soms pas rond of zelfs na dat moment wordt verkocht. Je krijgt dan niet alleen te maken met overwaarde en timing, maar vaak ook met een bouwdepot en oplopende lasten tijdens de bouw. Lees daar ook meer over op de pagina over de nieuwbouwhypotheek.
Daardoor ontstaan vragen als:
- hoe financier je de bouwtermijnen?
- hoe werkt het bouwdepot samen met je overwaarde?
- wat gebeurt er als je oude woning later wordt geleverd dan je nieuwe woning?
- en hoe voorkom je dat je tijdelijk financieel vastloopt?
Veel mensen denken in zo’n situatie dat hun oude hypotheek of overwaarde vanzelf “meeschuift” naar de nieuwe woning. Maar zo werkt het niet. Je bestaande hypotheek blijft gekoppeld aan je huidige woning totdat die is verkocht en afgelost. En de overwaarde komt meestal ook pas vrij ná die verkoop.
Juist bij nieuwbouw is het daarom belangrijk om vooraf goed te laten doorrekenen hoe de financiering eruitziet in elke fase van het traject.
Doorstromen bij scheiding of uit elkaar gaan
Ook bij scheiding of het beëindigen van een relatie is doorstromen vaak extra ingewikkeld. Dan speelt niet alleen de financiering, maar ook de planning van de verkoop, de verdeling van de overwaarde en soms de vraag of één partner in de woning wil blijven. In dat laatste geval is het slim om je ook te verdiepen in het uitkopen van je partner.
In zo’n situatie is het verstandig om heel scherp vast te leggen:
- wie tijdelijk in de woning blijft wonen;
- wie welke lasten betaalt;
- welke verkoopafspraken gelden;
- en hoeveel tijd nodig is om een vervolgstap te kunnen zetten.
Ook hier geldt dat een ruime overdrachtsdatum of slimme timing soms veel lucht kan geven, maar alleen als de afspraken juridisch en financieel goed op elkaar aansluiten. Lees daarom ook hoe lang de doorlooptijd van een hypotheek in 2026 gemiddeld duurt.
Is een doorstroombank de oplossing?
Het idee van een Nationale Doorstroombank klinkt aantrekkelijk. D66 stelde in 2025 voor dat ouderen de overwaarde van hun woning kunnen inzetten als garantie voor goedkope of gratis huisvesting in een seniorenwoning voor de rest van hun leven. Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA (januari 2026) spreekt over het stimuleren van doorstroming en het realiseren van speciale hypotheekproducten voor ouderen, zodat zij makkelijker ‘stenen in geld’ kunnen omzetten.
Maar de praktische en wettelijke beperkingen zijn aanzienlijk:
- Kortlopende leningen zijn duur: overbruggingsrentes liggen op 4,5% tot 8%, ver boven reguliere hypotheekrentes.
- Regelgeving is streng: de zorgplicht voor geldverstrekkers, toetsingsregels van het Nibud en de bijleenregeling beperken de ruimte voor creatieve oplossingen.
- Bijkomende kosten blijven bestaan: overdrachtsbelasting, notariskosten, taxatie en verhuiskosten verdwijnen niet door een doorstroombank.
- Het aanbod aan geschikte woningen moet ook toenemen: zonder voldoende seniorenwoningen helpt financiering alleen niet.
Daarom verwacht een adviseur van Finauta niet dat een doorstroombank op korte termijn dé allesomvattende oplossing zal zijn. Het is een puzzelstukje, maar niet het enige.

Wat kan wél helpen? Tien concrete tips voor doorstromers
- Laat je maximale hypotheek en overbrugging vooraf doorrekenen
Ga niet af op een snelle online berekening. Een persoonlijke doorrekening door een hypotheekadviseur houdt rekening met je specifieke situatie, de bijleenregeling, de verhuisregeling en actuele toetsnormen.
- Onderzoek of je hypotheekrente meeneembaar is
Bij veel banken kun je de rente van je huidige hypotheek meeverhuizen. Als je een lage rente hebt (onder de 3%), kan dit duizenden euro’s per jaar schelen.
- Zet je woning te koop vóórdat je een overbrugging aanvraagt
Dit toont serieuze intentie aan de geldverstrekker en leidt vaak tot soepelere voorwaarden. Bovendien begint de termijn voor hypotheekrenteaftrek op de overbrugging te lopen.
- Spreek een ruime leveringsperiode af
Bij doorstroming kun je met de koper van je huidige woning afspreken dat de leveringsdatum pas over 4 tot 6 maanden is. Dit geeft je de tijd om een nieuwe woning te vinden en te financieren.
- Houd rekening met de bijleenregeling
Zorg dat je de overwaarde inzet voor de nieuwe woning. Doe je dit niet, dan verlies je hypotheekrenteaftrek over dat deel.
- Check de NHG-verhuisregel
Als je een NHG-hypotheek hebt (kostengrens in 2026: €470.000), kun je mogelijk tijdelijk aflossingsvrij je oude hypotheek aanhouden. Vanaf 2026 is het bovendien expliciet toegestaan om bij dubbele woningen de bestaande NHG-lening tijdelijk aflossingsvrij te maken. Dit verlaagt je dubbele woonlasten aanzienlijk.
- Vergelijk overbruggingshypotheken
De verschillen tussen aanbieders zijn groot, zowel qua rente als voorwaarden. Laat een onafhankelijk adviseur van Finauta alle 40 aanbieders vergelijken.
- Overweeg een familielening als tussenoplossing
Als ouders, familie of vrienden tijdelijk een bedrag kunnen missen, kan een familielening een alternatief zijn voor een overbrugging. Wel is het belangrijk om die afspraken goed vast te leggen en vooraf te toetsen hoe een geldverstrekker ermee omgaat. Lees daar meer over op de pagina over de familiehypotheek.
- Denk na over timing en marktomstandigheden
In de huidige markt (2026) roeren doorstromers zich meer dan voorgaande jaren. De rente is relatief stabiel en de lonen stijgen al drie opeenvolgende jaren harder dan de inflatie. Dit kan een goed moment zijn om de stap te zetten.
- Wacht niet op de doorstroombank
Toekomstig beleid is onzeker, zeker met een minderheidskabinet dat voor veel plannen steun bij andere partijen moet zoeken. Finauta adviseert om nu te kijken naar wat wél kan, in plaats van te wachten op oplossingen die er misschien pas over jaren komen.
Doorstromen? Laat je adviseren door Finauta
Wil je kleiner wonen maar loop je vast op de financiering? Of wil je juist groter wonen en zit je met vragen over de overbrugging, de bijleenregeling of het meenemen van je hypotheekrente? Wacht dan niet op toekomstige oplossingen.
Laat je adviseren door een adviseur van Finauta. Zij kijken samen met jou naar je woning, je vermogen en je mogelijkheden, en helpen je bij het maken van een realistische en haalbare volgende stap.



